De lange weg naar specialisatie

Hoe de paardenwereld in een halve eeuw veranderde op een nooit eerder gekende manier

Olympische Spelen Mexico 1968. Goud in de individuele springwedstrijd gaat naar de volbloed Snowbound (Bill Steinkraus, USA), die wegens peesletsel uit de baan is gehaald. Zilver gaat naar een dwerg van slechts 145 cm, de volbloed/Connemara mix Stroller (Marion Coakes, GB). Gejuich achter de TV's: twee underdogs hebben de gevestigde waarden het nakijken gegeven! De deskundigen inzake stamboeken halen hun schouders op, mompelen iets over "toevallige producten" en gaan over tot de orde van de dag. Dat wil zeggen, fokken volgens het principe van een Duitse fokker: " Chique moeten ze zijn, gang moeten ze hebben". Waarom dan de productie van springpaarden van naderbij bekijken? Er zouden al genoeg springpaarden voortspruiten uit hun grote populaties. Basta!

In datzelfde jaar vroeg de voormalige secretaris van de Nederlandse KNF (Landelijke Ruitersportfederatie) en latere hippologisch auteur Wouter Slob zich af of het mogelijk was om selectief springpaarden te fokken. De vraag kan niet met zekerheid worden beantwoord, schrijft hij, omdat er niet genoeg bekend is over de erfelijkheid van het springvermogen enerzijds en er anderzijds nog niet specifiek op is gefokt. Er zijn echter hengsten die een opmerkelijk aantal springpaarden op hoog niveau hebben voortgebracht. Furioso xx (Precipitation xx) in Frankrijk, bijvoorbeeld, de Anglo-Arabische Ramzes (Rittersporn xx) in Holstein of Gotthard (Goldfisch II) in Hannover. Hun erfelijkheid is veel fokkers en ruiters niet ontgaan. Zij zijn inderdaad op zoek naar het bloed van dergelijke coryfeeën, maar de rasverenigingen hebben op het ogenblik geen bijzonder grote belangstelling voor specialisatie. Zij zijn volop bezig met het ombouwen van hun ploegatleten tot berijdbare schoonheden om tegemoet te komen aan het exploderende aantal nieuwkomers in de fokkerij en de sport.

Twee jaar na de memorabele stormloop naar medailles van een afgedankte ruiter en een pony, springt een Nederlander met de naam León N. Melchior, die tot dan toe nauwelijks bekend was in de paardenwereld, in Leeuwarden met zijn Holsteiner merrie Heureka Z (Ganeff) naar de tweede plaats in de puissance, waar het tenslotte over twee meter gaat. De merrie was eerder al thuis in alle grote wedstrijden op het continent onder de Duitse duizendpoot Hermann Schridde, en Melchior, die pas een half dozijn jaar in het zadel zit, hoopte met haar de erepodia van de Grote Sport te kunnen beklimmen. Maar Heureka Z moet in 1972 wegens een blessure uit de sport teruggetrokken worden. Wat nu? Melchior twijfelt geen moment en stuurt haar de fok in.

León N. Melchior met zijn holsteiner merrie Heureka Z

Wisselwerking tussen de fokkerijen

Melchior, die tot dan toe onervaren was in de fokkerij, herkent intuïtief wat wetenschappers in de veeteelt aan de universiteit leren: selectie op een specifieke eigenschap is altijd veelbelovender dan fokken op meerdere gebruiksdoelen. De beste voorbeelden hiervan zijn dravers en renpaarden. En wellicht zonder dat Melchior het merkt, speelt zich in de jaren 60, 70 in de veeteelt precies af wat vanaf het begin zijn principe zou worden: Specialisatie en dus economisch (in zijn geval ook sportief) succes. De veehouders nemen afscheid van de veeteelt met dubbele bestemming en drijven met Amerikaanse en Canadese Holstein-Friesian stieren de melkopbrengst tot astronomische hoogten op. De melkveehouders beschikken over betrouwbare prestatiegegevens, maar Melchior niet. Maar zijn pragmatisch verstand zegt hem dat hoe beter beide ouders het gedaan hebben in het springen, hoe groter de kans is dat hij goede springpaarden fokt. Daarom vult hij zijn nieuwe Zangersheide-stal uitsluitend met hengsten en merries bij wie de wens om naar de andere kant van het hout te springen genetisch of door eigen successen diepgeworteld is. Zo stuit hij als witte raaf op een fokomgeving van fokverenigingen waarbinnen een stelling van de eminente dierfokkerijwetenschapper Prof. Dr. Carl Kronacher is terug te vinden. Deze luidt: "Fokken is een samenspel tussen willen, kunnen en mogen in alle richtingen".

Een blik op deze jaren van omwenteling toont aan dat ook de traditionele, door en door kwaliteitsbewuste fokverenigingen door enorme maatschappelijke veranderingen tot diversiteit worden gedreven. Het is door deze veranderingen dat er een transformatie plaatsvindt die de paardensport en haar basis, de fokkerij, uit haar nichebestaan bevrijdt. Zonder deze verandering zou Zangersheide niet zijn wat het nu is. De uittocht uit het veld die in het midden van de jaren vijftig begon en het gebrek aan belangstelling van het publiek voor de paardensport weerhouden de verenigingen er niet van ruimer te gaan denken, al vragen zij zich wel af voor wie en met welk doel. Zelfs de grootste optimist gelooft niet dat het paard ooit nog zal uitstijgen boven de status van een minder lucratieve groep huisdieren.

De herintrede van het paard in het publieke bewustzijn is een fenomeen. Terwijl het paard buiten de renbanen en de showterreinen volledig uit het alledaagse leven dreigt te verdwijnen, ontdekken brede lagen van de samenleving het paard juist als iets wat succes en status weerspiegelt en als iets wat de vrije tijd net waarde geeft. Sport en fokkerij begonnen zich eind jaren '60/begin jaren '70 uit te breiden in een mate die nooit eerder was vertoond. Wat nog maar enkele jaren geleden een boerensport was op hobbelige weiden en in stedelijke streken het vermaak van welgestelde klassen, wordt nu gemeengoed. Paardrijden is een populaire sport geworden! Paardrijverenigingen, rijscholen en maneges schieten als paddenstoelen uit de grond. De accessoire-industrie reageert en verovert een gigantische markt met soms nuttige, soms volkomen nutteloze producten.

Léon Melchior & Ratina Z

Het aantal merries wordt groter en groter. Niettemin eisen functionarissen zoals de Duitse secretaris-generaal van de FN, Dr. Hanfried Haring, "Laat jullie paarden dekken, mensen" om een halt toe te roepen aan de golf aan invoer van sport- en recreatiepaarden van vage herkomst die West-Europa overspoelt. Maar de toename heeft ook een keerzijde. Veel merries belanden onder een hengst volgens het motto "Ze is niet goed als rijpaard, ze zal gedekt worden". Deze negatieve selectie belemmert de verenigingen die op de vooruitgang van de fokkerij hameren. En degenen die laten dekken in deze jaren van een steeds internationaler wordende paardenmarkt, als gevolg van het afzwakken van de grenzen, hebben niet noodzakelijk een achtergrond als fokker. Om te overdrijven: de fokker tijdens deze topjaren is niet langer een boer met een stofjas, maar eerder iemand uit de middenklasse met een pak aan. Een deel van de traditionele fokkennis en aangeboren intuïtie gaat verloren. Er zijn meer en meer mensen met paarden, maar de paardenmensen verdwijnen meer en meer. Emotie in plaats van streven naar succes. Paardenfokkerij als "kunst omwille van de kunst". Maar we moeten toch opletten dat we deze verrassende "ik-wil-een-paard"-boom niet zomaar verwerpen. Het zijn vaak deze nieuwkomers die hun aandacht richten op nieuwe kennis en nieuwe verantwoordelijkheden met betrekking tot het houden, de opleiding, de medische verzorging, de voeding, enz. en zo in enkele jaren tijd een beslissende impuls geven aan de paardenfokkerij.

De dag van Maastricht

Parallel hieraan bereikt de topsport de hoogste sporttrede op de ladder van het succes. De rijders gaan de uitdagingen die de gewijzigde eisen in de internationale wedstrijden met zich meebrengen glansrijk aan. De media ontdekken het springen, de industrie gebruikt zijn populariteit als een winstgevende reclamefactor. Voornamelijk paarden uit Holstein en Frankrijk zorgen voor sensatie op het internationale toneel. En Hannover springpaarden ook. En zo worden in november 1992, tijdens de Jumping Indoor Maastricht, de Hannoveranen door de WBFSH gehuldigd als de meest succesvolle fokvereniging. Het meest succesvolle springpaard ter wereld droeg ook bij aan de overwinning. Het heette Ratina Z (Ramiro Z-Almé Z) en werd gefokt door Léon Melchior. De Hannoveraanse bobo's feliciteren hem met een ietwat groene glimlach, want het is al uitgelekt dat de meester van Lanaken op het punt staat afscheid van hen te nemen. Voor altijd!

De Hannoveranen aanvaarden de huldiging van Ratina als een welgekomen reclame, maar hebben Melchior reeds ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat zij in de toekomst alleen nog paarden met Hannoveraans bloed zullen fokken. Dit is in strijd met Melchior's filosofie om te fokken met datgene wat genetisch en atletisch is afgestemd op het hoogst mogelijke succes - ongeacht waar het vandaan komt. Dus: Beker voor Ratina, maar geen papieren voor haar nageslacht! De directeur van de Hannover fokkerij, Dr. Jochen Wilkens, wringt zich in bochten. Zijn vereniging betreurt het dat het niet tot een overeenkomst komt met Melchior, wiens merrielijnen vanaf het begin sterk Hannoveraans getint zijn geweest. Maar: "Het stamboekreglement legt ons bepaalde tolerantiegrenzen op". Melchior en de heren uit Hannover verzekeren elkaar van hun blijvende vriendschap en nemen afscheid van elkaar onder het genot van een goed glas. Goed wetende wat er een paar uur later in het perscentrum van het MECC Maastricht zal gebeuren.

Maastricht, november 1992. Léon en Marleen Melchior met Ratina Z, die zojuist door de WBFSH is uitgeroepen tot beste springmerrie van de wereld. Enkele uren later kondigt Melchior de oprichting van Studbook Zangersheide aan.

Daar kondigt Melchior aan de internationale pers aan dat hij, om zijn fokkerijvisie te verwezenlijken, zijn eigen stamboek gaat oprichten, dat in eerste instantie organisatorisch zal worden ondersteund door de Fédération des Studbooks Luxembourgeois. Maar de man uit Lanaken maakt het ook meteen duidelijk: "Ons stamboek mag geen verzamelplaats worden voor hen die ontevreden zijn over hun huidige vereniging! De leden moeten onze fokfilosofie steunen. Zij moeten als enig doel hebben om een internationaal springpaard te fokken!"

Over de verdere ongelooflijke carrière van Studbook Zangersheide werd al vele malen in Z-magazine geschreven. Over de innovaties van Melchior op het gebied van de gezondheid van paarden of voortplantingstechnieken, over de successen in de sport die door de strengste selectie mogelijk worden gemaakt, over het steeds grotere aantal leden, waardoor het mogelijk wordt springpaarden op de meest brede basis te fokken. Toen hij in 2015 op 89-jarige leeftijd overleed, liet hij een fok- en sportlegaat na waar toekomstige generaties hun voordeel nog zullen uithalen. En niet alleen die van Studbook Zangersheide.

Het is niet zo dat de andere Europese fokverenigingen de vooruitgang in de weg staan. In tegendeel. Sinds de hierboven beschreven structurele achteruitgang hebben zij een sportpaard geschapen dat onberispelijk is, zowel qua uiterlijk als innerlijk, en dat in alle disciplines en voor alle klassen van de bevolking tot de wereldtop behoort. Enkel inzake specialisatie hapert de fokdrift nog wat. Natuurlijk is er nog de Selle Français van de wedstrijdgiganten, en er zijn de Holstein-paarden, die het springen met de moedermelk binnengekregen hebben. Maar het was pas toen Léon Melchior in Maastricht de toon zette in de richting van het moderne springpaard dat andere verenigingen reageerden. Hannover, bijvoorbeeld, begon voorzichtig te selecteren op springeigenschappen en is een springfokprogramma aan het opzetten. Anderen volgen aarzelend. Maar vreemd genoeg duurde het jaren voordat de grote verenigingen zich ertoe brachten hun hengsten op de keuringen en hun merries op de concoursen apart te selecteren op spring- en dressuurgenetica. Jaren gaan onbenut voorbij, terwijl Zangersheide letterlijk de hoogste sprongen maakt. Toen een groep Oldenburgse fokkers rond Paul Schockemöhle in 2001 de verenigingstak "Oldenburg International" (OS) oprichtte als springpaardenreservoir, was dat gebaseerd op de principes die Léon Melchior negen jaar eerder in een rokerig zaaltje van het MECC aan een verblufte schare persmensen had verkondigd. Melchior's visie is een wereldwijde realiteit geworden!

As Cold As Ice Z, het levende bewijs dat fokken met bewezen (moeder) lijnen werkt.

Door: Gerd-D. Gauger

 

Deze website maakt gebruik van Cookies. Zo kunnen we er voor zorgen dat uw surfervaring nog aangenamer wordt gemaakt.
Meer weten?