Help! Ik heb een veulen….

Joepie, eureka, het wonder is geschied! Mijn merrie is drachtig. En nu? Trust me I’m a doctor: Marieke Hermans; dierenarts bij Equivet met een gezonde interesse en uitgebreide kennis en ervaring in gynaecologe en  verloskunde. Prijs u gelukkig, bij negen van de tien geboorten werkt moeder natuur voortreffelijk mee. Maar wat als jij toevallig dat ene veulen hebt dat bijstand nodig heeft? Wij overlopen voor u het verloop van de bevalling, Marieke is onze gids en zij leidt ons door de elf maanden en tien dagen.

Voor de fokker begint het aftellen. Maar vanaf wanneer? Marieke rekent: ‘het is begrijpelijk dat de fokker bij de bevalling wil zijn en gelukkig levert de natuur inderdaad 90 tot 95% goed werk af. Er bij zijn volstaat meestal. Helaas, als het mis kan gaan, gaat het meestal reëel mis en dan telt elke minuut.’ Wanneer is het zover? Marieke geeft het toe; het is niet anders dan bij de mens. Je kan er geen exacte dag of datum opprikken. De gemiddelde draagtijd is 340 dagen. Gemiddeld dus! Al mag je je niet blindstaren op die datum. Een goede twee weken na de bevruchting wordt gecontroleerd of de merrie effectief drachtig is. ‘Veel fokkers beginnen vanaf die datum te tellen, al telt natuurlijk de datum van de bevruchting, niet van de bevestiging’, merkt Marieke op: ‘er kunnen normaal gezonde veulens geboren worden tussen de 300 en 400 dagen. Om de datum nog beter in te schatten, moet je naast je telwerk ook de uitwendige kenmerken van je merrie inschatten. Het belangrijkste uiterlijke kenmerk is de uier, die van twee tot drie weken voor de bevalling begint te zwellen. Logisch, want dat betekent dat de melkproductie op gang gekomen is. Op het moment dat je melkdruppels waarneemt, krijg je in regel binnen de 24 tot 48 uur je veulen. Voor een goed begrip. We hebben het telkens of indicaties. Finaal bepaalt de natuur de geboorte. Er zijn merries met kleine uiers, waar geen melkdruppels zichtbaar zijn en toch veulenen. Omgekeerd zijn er ook merries die al een week melk laten vloeien en nog niet bevallen. Wij kunnen enkel richtlijnen meegeven en gemiddelden vaststellen.’

Rhino, de stille killer!

Gelukkig zijn we al in het stadium van de bevalling. Voorafgaand is het aangewezen om je merrie te vaccineren tegen rhinopneumonie. Marieke raadt het iedere zwangere merrie aan: ‘rhino is een echte boosdoener; abortus, vroeggeboren, zwakkere en zieke veulens. Het is juist dat de vaccinatie niet 100% effectief is. Absolute zekerheid krijg je niet, maar je verhoogt de weerstand en verkleint het risico. Minstens even belangrijk is dat je als fokker je sportpaarden scheidt van je drachtige merries. Sportpaarden gaan op wedstrijd en kunnen daar het virus meebrengen en overdragen op je merries. Het is altijd beter dat je fokmerries min of meer in quarantaine staan. Dus niet bij de sportpaarden en evenmin bij de jonge paarden, omdat die veel gevoeliger zijn voor infecties. Als het logistiek onmogelijk is om de groepen te scheiden, is het aangewezen om de integrale stal te vaccineren. Dat geldt bij uitbreiding voor elke vaccinatie. In regel worden de merries tijdens hun zwangerschap gevaccineerd op vijf, zeven en negen maanden.’

 

Rhino wordt veroorzaakt door het equine herpes virus (EHV) en is dramatisch voor fokkers wanneer de merrie door een besmetting haar veulen verliest. Bij de griepvariant vertoont een besmet paard met Rhino enkele symptomen zoals hoesten en of neusuitvloeiing, dikke benen en wisselende verhoogde temperatuur. Helaas vertoont een drachtige merrie met Rhino geen enkel symptoom. Er is dus geen enkele indicatie die wijst op de aanwezigheid van Rhino. De drachtige merrie draagt het virus en besmet haar veulen. Het dramatische gevolg is dat ze haar veulen tussen de zevende en achtste maand aborteert. Feit is dat de merrie er niks van laat zien en er ook niks van laat merken. Op een morgen ligt het veulen dood in de stal. Of het wordt te vroeg geboren. Een veulen kan dus alsnog levend geboren worden, al zal het zo verzwakt zijn, dat het doorgaans na enkele dagen toch zal overlijden. Je kan het eventueel naar een paardenkliniek brengen voor extra zorgen. Een autopsie is aangewezen om de echte oorzaak te achterhalen. Rhino is een stille doder. De regel blijft dat je stal moet gevaccineerd worden, tweemaal per jaar, de drachtige merrie driemaal tijdens de zwangerschap.

Aangepast dieet?

Dat is al geregeld. Wat met de voeding? Is een aangepast dieet aangewezen? Marieke knikt instemmend: ‘de eerste maanden onderhoud je je drachtige merrie zoals elk ander paard. Dat betekent ook ontwormen zoals elk ander paard, weidegang en eten zoals voorheen. De hoefsmid, de tandarts, laat ze maar doen. Een merrie moet zich goed voelen. Je hoeft echt niet af te wijken van het dagelijkse patroon. Zelfs rijden kan, tot negen maanden. Een zwangere vrouw blijft ook werken hé!  Onder rijden verstaan we een boswandeling, geen wedstrijd! Pas de laatste vier maanden heeft de drachtige merrie verhoogde energiebehoefte. Een goede rijkelijke weide blijft het ideale dieet. Als je dat niet hebt, kan je ruwvoeder en hooi van goede kwaliteit bijgeven. Er zijn speciale merriebrokken op de markt die iets rijker zijn aan eiwitten en suikers. Die keuze laat ik aan de fokker over. Het belangrijkste is dat ze bijgevoederd wordt wanneer nodig. Eigenlijk is het altijd een kwestie van gezond verstand. De ene drachtige merrie verbruikt al meer energie dan de andere. En dat zie je vrij snel. Zeker als ze plots opvallend vermagert.

Observatie

Je merrie observeren is de eerste en belangrijkste diagnose. Marieke wijst op enkele gevaren die onmiddellijk een lichtje doen branden: ‘de uier moet je altijd in de gaten houden. Als die na acht of negen maanden al lekt, bel je best je dierenarts en dat doe je ook bij vaginale uitvloei. Vroegtijdige melk en uitvloei zijn twee belangrijke alarmsignalen en mag je niet zien, en als je het ziet is er altijd iets mis. Het kan een gevolg zijn van een tweeling of van een baarmoederinfectie. Je dierenarts kan dan een behandeling opstarten.

Indien de merrie vroegtijdig biestmelk laat vloeien, kan je daar helaas niks aan doen. Ook dierenartsen kunnen niks toedienen om die vroegtijdige productie te stoppen. De gouden regel is dat je van de uier afblijft. Bij vroegtijdige melkproductie, kan je preventief collega fokkers bellen en vragen of zij extra biest hebben.

Aftellen

Stevige uiers en melkkegels, het zit er aan te komen. Het oog van de fokker zal eveneens opmerken dat de achterhand wat losser komt, bovenaan het bekken en achteraan de vulva wordt alles wat slapper. Onder invloed van hormonen zal alles zachter worden zodat het lichaam bij het veulenen kan meegeven. Naast de staart kan je dat perfect voelen. We weten ook wel dat dit allemaal moeilijker waar te nemen is bij draagmerries. Fokkers kennen doorgaans hun merrie, een draagmerrie is elk jaar nieuw en bijgevolg moeilijker in te schatten.

Vulvoplastie

Een niet onbelangrijk detail is de vulvoplastie of dichtzetten, vertelt Marieke: ‘bij het insemineren stellen we vast dat sommige merries lucht aanzuigen, omdat de vagina ten opzichte van haar bekkenbodem te hoog is. Dat naaien we vervolgens dicht want lucht aanzuigen impliceert bacteriën aanzuigen, waardoor je een baarmoederinfectie kan veroorzaken. Die dichtgenaaide vulva moet twee weken voor de vermoedelijke bevalling terug opengemaakt worden. Het openscheuren van de vulva kan voor veel complicaties zorgen.

Alarm

Om het moment van de bevalling niet te missen zijn er enkele hulpmiddelen, die je plusminus een week voor de vermoedelijke geboorte aanbrengt. Al waarschuwt Marieke meteen dat je je daar niet blind mag op vertrouwen. De geboortesingel geeft alarm als de merrie gaat liggen. Enerzijds zijn er, weliswaar niet veel, merries die rechtstaand veulenen, anderzijds geeft zo’n singel vaak vals alarm. Dat systeem wordt gecombineerd met een camera. Bij alarm krijg je visueel beeld op je smartphone en kan je de situatie meteen inschatten. Er is ook een gelijkaardig systeem onder de vorm van een halsband.

Een duurder en efficiënter systeem is een bakje met een magneet dat aan de vulva wordt bevestigd. Als de geboorte in gang gezet wordt, zet de vulva uit en gaat het alarm af. Je krijgt minder vals alarm, tenzij de merrie haar ‘bakje’ uitschuurt tegen een wand, het worst case scenario. Het is efficiënt, al hangt daar een prijskaartje aan: ongeveer 1300 euro exclusief btw om één merrie op te volgen. De meeste fokkers die dit aanschaffen hebben meerdere merries waarvoor je dan extra magneetjes kan kopen aan ongeveer € 200 per stuk. Uiteraard is dit systeem herbruikbaar.. ‘Je kan dat ook enkel gebruiken als je aan je stal woont, want als het alarm afgaat, heb je amper tijd om je broek aan te trekken’, weet Marieke.

De verloskamer

Marieke Hermans geeft de ideale setting weer om te bevallen: ‘een stal van vijf bij vier meter is toch een minimum afmeting. De merrie moet rustig en ontspannen kunnen liggen en jij moet er als fokker ook nog bij kunnen. Een anti-slipbodem is absoluut noodzakelijk. Klinkt vanzelfsprekend, al zijn er fokkers die een kraaknette verloskamer voorzien. Hygiëne is belangrijk, al is het niet de bedoeling dat je de verloskamer volledig uitmest. Want wat krijg je dan, een stal bomvol vers stro of schavelingen. Met de beste intentie, maar zo maak je de bodem glad. Heel gevaarlijk voor je merrie en voor je veulen. Een mesthoop is evenmin een optie, al mag, of beter moet er een laagje mest liggen als bodembedekker. Hou het bij een potstal met voldoende vers stro. Merrie en veulen mogen niet op beton liggen. Veulentjes hebben een teer dun huidje en krijgen bijgevolg heel snel wondjes. Het is ook van belang dat het rustig is. Sommige merries houden zich zelfs in als er teveel tumult is. Dat is de reden waarom er vaak ’s nachts wordt bevallen. In regel is een weide niet slecht om te veulenen; het is er rustig en je hebt een goede bodem. Alleen moeten de weersomstandigheden het toelaten, moet het een goede kudde zijn waar harmonie heerst en blijft het risico op ongevallen groot. De weide is niet zonder gevaar. Indien de merrie bevalt in de hoek of langs de omheining, kan het gebeuren dat het veulen onder de omheining rolt, waardoor moeder en veulen gescheiden worden. De risico’s zijn te groot om het allemaal aan het toeval over te laten. Niks tegen een natuurlijke bevalling in de weide, al verkies ik toch een royale rustige stal.

En…actie!

Marieke stelt even een veulenpakket samen, bestaande uit een staartbandage, een thermometer, ontsmettingsmiddel, een papfles en handdoeken. En Je gsm niet vergeten! ‘Het is belangrijk dat je erbij bent als het moment in aangebroken. Gewoon om vast te stellen dat alles vlekkeloos verloopt. In dat geval mag je zelfs niet tussenkomen. Het is dus niet zo dat je als mens per definitie moet ingrijpen, integendeel. Een bevalling is het mooiste wat er is, niks zo zalig als een veulen zien geboren worden, de merrie die omkijkt en hun eerste gehinnik. Het blijft een prachtig moment, maar het is absoluut niet nodig dat je op dat moment de vrienden en buren optrommelt. Laat de merrie rustig bevallen, in alle rust en sereniteit.

Het moment…

Het veulen zit in twee blazen, de waterblaas barst als eerste. Het water is gebroken en komt naar buiten, gevolgd door de blaas (wordt veulenblaas of soms pootjesblaas genoemd) waar het veulen in zit. De eerste fase, de weeën, kan twee tot vier uur duren. Als het langer dan vier uur duurt, heb je een probleem. Dat kan een gevolg zijn van een verkeerde ligging van het veulen. Een ander probleem is de ‘red bag delivery’; het water breekt niet en er verschijnt letterlijk een rode waterzak in plaats van een normaal wit - blauwig vlies. Concreet betekent dit dat het veulen eruit komt terwijl de red bag er nog rond zit. Die complicatie wordt veroorzaakt door het vroegtijdig loslaten van de placenta. Het veulen krijgt zuurstof via de placenta. Bij het vroegtijdig loslaten van die placenta, wordt het veulen afgesloten van zuurstof. Bij een normale bevalling komt de placenta (of nageboorte) na de geboorte. Als je merkt dat bij de geboorte de tweede blaas nog rond het veulen zit, mag je dat manueel openmaken aan de neus, zodat het veulen kan ademen. In regel scheurt dat vanzelf, indien niet, moet je even tussenkomen. En daarbij volstaat dat je de neus vrijmaakt.

Bij een normale bevalling duren de weeën maximum vier uur, in die tijdspanne breekt het water en binnen het half uur wordt het veulen geboren. Anders riskeert je veulen zuurstofnood. Dat is een acute fase. Als het water gebroken is moet je na tien minuten de voorbeentjes en het neusje zien. Indien niet, bel je de dierenarts! Elke tien minuten moet je vordering of iets meer veulen zien. Het kan zijn dat je een vrij zwaar veulen verwacht en dat je merrie een vrij smal bekken heeft. In dat geval kan je tussenbeide komen. Zachtjes aan de benen trekken mag dan. Afhankelijk van de situatie moet er wel hard getrokken worden maar dan best na raadpleging van de dierenarts. En enkel trekken als de merrie perst! Belangrijk is ook dat je naar beneden trekt, richting de achterbenen van de merrie. Vaak blijven de achterbeentjes nog even in het geboortekanaal liggen…laat ze daar liggen. Dat heeft de natuur zo geregeld. De merrie voelt dat haar veulen er nog niet helemaal uit is en blijft bijgevolg ook nog even liggen. Na verloop van tijd gaat ze zelf wel bewegen en schuiven waarna de achterbeentjes er ook uitkomen. Die laatste tien centimeter krijgt ze er ook niet meer uitgeperst. De natuur heeft een rustmoment ingebouwd voor merrie en veulen.

 

Welkom in de wereld

Na de geboorte laat je de merrie haar veulen drooglikken. Zo stimuleert en prikkelt ze haar veulen. Laat hen bekomen. Als je merrie echter na een half uur nog geen aanstalten maakt om recht te staan, is er iets mis. Ook dan bel je best de dierenarts. Merrie en veulen moeten na de geboorte contact zoeken. Vanaf de merrie rechtstaat breekt de navelstreng. Als dat niet het geval is, moet je dat manueel afbreken, nooit doorknippen zoals bij de mens. Het afbreken van de navelstreng kan eenvoudig met de vingers ongeveer 5 à 10 cm onder de navel van het veulen. Hier voel je een zwak punt dat gemakkelijk afbreekt. Al gebeurt dat eerder zelden dat je daarin moet tussenkomen. Indien het toch nodig blijkt, breek je de navel af ongeveer vijf centimeter onder het buikje van het veulen. Daar is een zichtbare insnoering. Je ziet en voelt dat. Het is er voor gemaakt om daar af te breken.

In regel leidt de merrie haar veulen naar de uier. Als je veulen echter niet rechtstaat of de weg naar de uier niet spontaan vindt, moet je melk in je papfles aftappen of het veulen helpen de uier te vinden. Als de merrie niet blijft staan deze vasthouden en corrigeren als ze naar het veulen slaat. Nooit melk geven aan een liggend veulen. Het moet rechtop liggen op zijn borstbeen. Het kan ook zijn dat je veulen het niet meteen snapt of dat het de eerste keer is voor de merrie en zij evenmin goed weet hoe ze het moet aanpakken. Er kan ook druk op de uier staan of het kan dat ze niet beseft wat haar overkomt. Dat hoeft niet erg te zijn en je kan dat eenvoudig verhelpen. Binnen de twee uur moet een veulen sowieso rechtstaan.

 

Gezondheid

‘Baby’s worden geboren met antistoffen via de baarmoeder. Veulens worden zonder antistoffen geboren. Daarom is het heel belangrijk dat ze zo snel mogelijk drinken en dat noemen we de biestmelk of colostrum. Een merrie maakt de eerste acht tot twaalf uur biestmelk aan. De eerste zes uren zou het veulen toch anderhalf uur biest moeten drinken. Hierna is de darmbarriere van het veulen niet meer doorgankelijk voor de antistoffen en kunnen tekorten enkel nog gecorrigeerd worden via een infuus met plasma in het bloed. Sommige fokkers tappen standaard een papflesje af om zeker te zijn. Als je veulen in normale omstandigheden rechtstaat en vrijwel meteen gaat drinken, kan je er van op aan dat het voldoende biest zal drinken. Het kan gebeuren dat de merrie onvoldoende biest aanmaakt. Bij twijfel kunnen wij na 18 uur het bloed van het veulen controleren op aanwezige afweerstoffen. Dat wordt vaak gedaan, tenzij je merrie al meerdere veulens ter wereld gebracht heeft en er nooit problemen geweest zijn en het veulen goed heeft kunnen drinken de eerste paar uur. Voorkomen is altijd beter bij genezen, zeker bij veulenziekte. 

Verken de wereld!

Ik ben geboren, sta recht en heb goed gedronken. Mag ik nu buiten gaan spelen? Marieke is streng: ‘de eerste 24 uur zou ik het veulen toch binnen houden. Afhankelijk van het weer kan het de tweede dag kennis maken met de buitenwereld. Je moet er ook over waken dat je veulen op tijd urineert en mest. Een merrieveulen binnen de 4 à 6 uur, een hengstenveulen binnen de 12 uur. De eerste mest is vrij hard en moet goed afkomen. Indien je pasgeboren veulen kolieksymptomen vertoont, direct bellen! Bij een volwassen paard kan je wat afwachten en gaan stappen maar niet bij een veulentje.

De nazorg

Het gaat goed met ons veulen, maar wat met de merrie? Ook zij verdient nazorg, vertelt Marieke: ‘de nageboorte moet goed afgekomen zijn, lees volledig, en die houd je bij in een emmer tot de dierenarts het gecontroleerd heeft. Liefst op een koele plaats. Het is niet nodig om het in je koelkast te bewaren tussen de groenten en het fruit. Die controle is echt noodzakelijk. Indien de placenta niet volledig is afgekomen, bestaat het risico op baarmoederinfectie, zelfs hoefbevangenheid tot zelfs bloedvergiftiging. De moeder mag na de bevalling niet meer dan 38,3° aangeven. Het is niet abnormaal dat een merrie die net mama geworden is het eerst etmaal niet eet. Zij moet er tenslotte ook van bekomen. En wij komen sowieso binnen de 24 uur langs voor het veulenspuitje met extra antistoffen, waaronder tetanus, en dan doen we een check up van merrie en veulen. We kunnen na een eenvoudige controle van een bloedstaal het veulen eventueel plasma bijgeven om hun afweersysteem te activeren. Een gezond veulen slaapt veel, maar kan ook meteen rechtveren, zich uitstrekken en gaan drinken.

Chippen

Na de geboorte moet uw veulen correct geïdentificeerd worden en krijgt het een chip. Uw stamboek ontfermt zich over de identificatie en de DNA-controle. ‘Met het chippen moet je niet te snel zijn, geef je veulen de tijd om een paar weken oud te worden en sterker te worden. Wanneer je een erg jong veulen gaat chippen loop je het risico op infectie of een pijnlijke stijve nek waardoor het veulen niet goed kan drinken en dus niet goed groeit.

De bevallingskliniek

Er is een trend waarbij fokkers hun drachtige merrie naar een bevallingscentrum brengen. Een goed idee, vindt Marieke Hermans: ‘omdat ik me perfect kan inbeelden dat je je niet comfortabel voelt bij de bevalling. Zeker als het de eerste keer is. Zolang de natuur haar werk doet en alles vlekkeloos verloopt, is het een zaligheid om de geboorte mee te maken. Omgekeerd is het letterlijk van levensbelang dat je heel snel ingrijpt als er iets misgaat. En dat vraagt kennis en ervaring. Onze ervaring leert ook dat veel fokkers er geen tijd, noch de kunde voor hebben. Paarden fokken is voor de meeste fokkers een hobby en zeker rond de periode van de bevalling is dat tijdrovend. Daarom is een bevallingscentrum een goed alternatief. Enerzijds omdat ze daar wel tijd hebben, anderzijds omdat daar mensen werken die beroepshalve niks anders doen dan merries en veulens begeleiden. Zij gaan zien wat een beginnende fokker niet ziet en zij gaan snel en adequaat ingrijpen als er iets misgaat. Dat is logisch, ieder zijn job. Het is een goede evolutie dat mensen fokken en interesse tonen in de fokkerij. De meeste fokkers zijn evenwel amateurs met een voltijdse baan. Dat valt niet altijd te combineren. Het is een afwegen van risico’s. Ben je als fokker voldoende uitgerust? Woon je dicht bij de stal? Kan je altijd aanwezig zijn als de bevalling begint? Dat zijn elementaire vragen die je moet stellen. En alle risico’s of signalen die we hebben aangehaald, gaan sowieso veel sneller opgemerkt worden in een bevallingscentrum. Als je natuurlijk je merrie altijd wegbrengt om te veulenen, ga je het als fokker nooit leren. Al kan ik me perfect inbeelden dat je je onzeker voelt als je eerste veulen moet geboren worden. De fokkerij professionaliseert, er wordt geïnvesteerd in de betere bloedlijnen, ze kopen topmerries, betalen dekgeld. Het zou jammer zijn indien al die inspanningen en investeringen bij de geboorte verloren gaan door onkunde of onwetendheid. Dat is helemaal geen verwijt, het is zelfs begrijpelijk dat je die handelingen en reflexen niet machtig bent. Ik heb enkel goede ervaringen met bevallingscentra. Ik wil het niemand opdringen en ik al zeker niet iemand de geboorte afnemen, want dat blijft een unieke ervaring. Maar als je niet zeker bent van jezelf, zou ik niet twijfelen.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze website maakt gebruik van Cookies. Zo kunnen we er voor zorgen dat uw surfervaring nog aangenamer wordt gemaakt.
Meer weten?